Concordia Florebit heette vóór de officiële oprichting in 1922 RK Harddraverij en Renvereniging Concordia Florebit.
Begin 1900 organiseerde men harddraverijen, vrijheidsdressuur, demonstraties en ringsteekwedstrijden, voornamelijk met koudbloed-landbouwpaarden.
In 1921 werd de overkoepelende organisatie de NCB, een bond van boeren en tuinders, opgericht. In 1922 werd de jonge boerenstand officieel opgericht en in datzelfde jaar moest ook de paardenclub met de naam RK Harddraverij en Renvereniging Concordia Florebit Etten een officiële status krijgen, ook al was het al een tiental jaren een actieve club. Zij kon dan aansluiten bij de overkoepelende organisatie van de NCB.
Deze organisatie ging van start, verdeeld over vier kringen: Breda, Oirschot, Helmond en Eersel. Kring Breda, waaronder Concordia Florebit uit Etten viel, gaf de vereniging toen de officiële naam Rijvereniging Concordia Florebit, onder de vlag van de Boerenbond Etten, maar nog niet officieel bij Kring Breda ingedeeld.
Op 15 mei 1931 werd Concordia Florebit zelfstandig officieel bij de bond van rijverenigingen aangesloten en had het minder binding met de Boerenbond Etten. Toch bleef de informele samenwerking bijna een eeuw lang voortbestaan.
Wat in Princenhage kon, moest in Etten ook kunnen, en daarom richtte men een rijvereniging op waar carrouselrijden en springen als wedstrijddiscipline in het concoursprogramma werden opgenomen.
In het oprichtingsbestuur hadden zitting: Adri. Dirven, Jac. Luykx, M. van de Veeken, Ant. van de Riet en M. Romme. De eerste officiële stappen van de Ettense harddraverij- en renvereniging werden gezet door leden van de jonge boerenstand, die in Princenhage kennismaakten met de wedstrijdsport in breder verband. Uit die ervaring kwam het besluit om, net als in Princenhage, een paardensportvereniging op te richten.
Ook de oorlog heeft de vereniging parten gespeeld. De ledenlijsten en jaarverslagen van de vereniging werden door de Duitsers opgeëist en zijn verloren gegaan. Veel jonge boeren waren ondergedoken om transport naar Duitsland te voorkomen. Vandaar dat alle ledenadministraties van verenigingen door de Duitsers in beslag werden genomen. Om dat te voorkomen, werden ze verbrand.
Ruiters uit de eerste verenigingsfase waren: Chr. Bartels, Jac. Luykx, Adr. Luykx, C. Vermunt, Thijs Vermunt, Adr. Bastiaansen, R. Vermunt en Adr. Lauwerijsen. Deze namen zijn nog door enkele oud-leden achterhaald.
Bij de brand van de boerderij van Adriaan van de Riet, locatie voormalige Tienerhoeve (thans WB Dierenartsen Etten-Leur), zijn veel bescheiden verloren gegaan. Tijdens de oorlog waren er geen activiteiten.
In 1946 werd de club opnieuw op poten gezet. Net na de oorlog had men 25 leden. De belangstelling van de agrarische kant van de ruitersport ging achteruit, terwijl er toen nog weinig belangstelling was van ruiters uit de burgerij.
Na de oorlog, vanaf 1947, is het verenigingsleven weer vastgelegd in notulenboeken. De notulen vermeldden dat de toenmalige commandant Adriaan van de Riet was, die op een manifestatie in Zevenbergen met zijn achttal een hoogtepunt beleefde. Bijzonder was dat daarbij koningin Juliana aanwezig was. Ze mochten optreden met een carrouselnummer met acht ruiters, waarmee de eerste prijs werd behaald.
Deze prijs haalden ze niet door de wijze van rijden, maar door het kostuum dat de ruiters droegen. Concordia Florebit-ruiters waren de enigen die een ruiterkostuum droegen: een witte rijbroek, wit overhemd, gele sjerp en een zwart petje. Later werd dit vervangen door een zwarte rijbroek met cap en stropdas als rijkleding.
Vanaf 1948 werd een begin gemaakt met de medewerking aan de Etten-Leurse Sinterklaasintocht. De intocht van Sinterklaas werd door ruiters, als Zwarte Piet verkleed, te paard begeleid. De hoofdpiet (Kees Bartels) presteerde het 45 jaar lang het paard van de Sint te leiden. In de jaren negentig was op de achtergrond Rinus Cristianen te zien met de huifkar vol snoepgoed.
In het begin was Concordia Florebit uitsluitend een ruiterclub, maar in 1959, na veel ophef, gaf de overkoepelende organisatie NKB toestemming en mochten amazones ook lid worden van de rijvereniging. Midden jaren zestig meldde de eerste amazone van Concordia Florebit zich aan: Corrie Schoonen (mevr. Corrie van Bedaf-Schoonen).
De naam van de vereniging is hetzelfde gebleven, maar de invulling van de verenigingsactiviteiten is veranderd.
De individuele dressuur- en springsport hebben een zakelijke kant aangenomen. De leden veranderden van ruiter naar amazone, van koudbloed- naar warmbloedpaarden, van samenhorigheid naar individualisme. Van boerensport naar burgersport en van mondelinge en schriftelijke communicatie naar digitale communicatie.
Na de komst van de paardentrailer is het individualisme in de paardensport toegenomen, met als gevolg dat men een heel jaar aan officiële KNHS-wedstrijden kan deelnemen. De afdelingsdressuur van achten en viertallen, waar Concordia Florebit in het verleden veel successen mee heeft behaald, nam af, en hiermee ook de samenhorigheid.
In het zomerseizoen trainde men elke zondag en op woensdagavond. Iedereen mocht gratis aan de trainingen deelnemen. Ook ging men gezamenlijk naar concoursen in de regio: te voet, te paard en met paard en wagen, met gemaaid gras en water voor de paarden. In de vroege morgen vertrok men naar het concours. Later volgde gezamenlijk vervoer in een grote veewagen van Jos Monden. Niet alleen de prestatie telde, maar vooral de gezelligheid. Het was een ruiterfeest; om de wachttijden te verzachten zocht men vertier in de tent met een biertje of bij de paarden die aan de wagen of speciale stalling waren vastgemaakt.
De concoursen werden tot eind vorige eeuw georganiseerd op de braakliggende terreinen van industrieterrein Vosdonk. Toen het industrieterrein werd volgebouwd, moest men uitwijken naar de terreinen van Verkeersschool Blom en Hoeve De Grient, beide eigendom van paardensportfanaat Rienus Blom. Begin jaren 2000 moesten nog 25 dressuurringen worden aangelegd op weilanden in de omgeving. Het springen kan nu in een speciaal aangelegde springtuin met aangepaste waterhuishouding — nooit te nat of te droog. Dit had tot gevolg dat de springrubriek veel springruiters uit de wijde omgeving aantrok.
Als we de laatste twintig jaar de revue laten passeren, dan is er veel veranderd ten opzichte van het begin van het bestaan van Concordia Florebit. De vereniging telde in de beginjaren 25 leden en medio 2020 60 leden, waarvan de meesten amazone zijn. In 2024 zijn daar ook de ponyclubleden bij gekomen toen de ponyclub en paardensportvereniging zijn samengegaan en zijn voortgezet als PC & PSV Concordia Florebit.
Tekst met dank aan ons erelid Jac Hop en zijn jubileumboek “Concordia Florebit 1922–2022”.
Reactie plaatsen
Reacties